Vijf Barbies en één Ruben

Wat een roze cabrio, een blonde Ken en een veel te dure popcorn met elkaar gemeen hebben? Meer dan je denkt.

Op nummer één in de categorie dingen die ik graag had willen weten toen ik zeven was, staat met stip: dat de Barbiewereld niet bestaat.
Niet echt.
Toch niet zoals ge denkt dat Barbieland bestaat.

Het dichtst dat ik er ooit bij ben gekomen, was in 2023, op de eerste rij van de cinema.
Met een cola van zeven euro en een véél te kleine, véél te dure popcorn.

Het beloofde land

Als zevenjarige wilde ik in Barbieland wonen.
Het beloofde land.
Waar ik urenlang met mijn roze cabrio over de rand van de keukentafel reed.
Nergens naartoe.
Af en toe stopte ik om één van mijn andere Barbies op te pikken.
Die moesten tenslotte ook nergens naartoe.
Ik had er vijf.
En één Ken.
Soms, héél soms, mocht die ook mee.
Van mijn blonde Ken was ik niet zo’n fan.
Nu zou die waarschijnlijk Ruben heten.

Alles was duidelijk

Wat mij als kind vooral geruststelde, was dat alles duidelijk was.
Niet dat alles perfect was, maar alles wat misging, ging ook helemaal mis.
Je voeten waren gemaakt voor hakken.
Dus liep je op hakken.
Zelfs zonder schoenen liep je nog op hakken.

Als ge het Barbiehaar verpestte — en ge kon de verleiding van een schaar in die blonde lokken ook maar zolang weerstaan — dan was het naar de botten.
Geen twijfel, geen hoop.
Gewoon kapot.
Voor altijd.

De perfecte maten van Barbie bleven gewoon… perfect.
Geen reformer.
Geen groene sla met avocado.
Geen citroenwater om zeven uur ’s morgens.
Gewoon eten wat ge wilde, met garantie op hetzelfde lijf.
Voor eeuwig en altijd.
Tenzij je Barbie te dicht bij de chauffage legde.
Dan werd dat perfecte lijfje één grote blubber.
Weg.
Foutu.
Voor altijd.

Roos of roos-roos

Last van vrouwenproblemen waren er niet.
Geen maandstonden.
Geen menopauze.
Een baby koos je gewoon uit een speelgoedcatalogus.
Simpel as that.

Gedragsverandering bestond louter uit het wisselen van outfit.
Met de keuze: roos of roos-roos.

De echte wereld

Mijn zevenjarige zelf wist niet beter.
Die had nooit gedacht dat ik zoveel jaar later zou opstaan met een bad hair day.
Dat als ik de schaar erin zet, er toch nog een sprankeltje hoop is.
En dat met véél tijd en geduld die Sharon Stone-bros terug lange blonde manen worden.
Ze wist ook niet dat zelfs een sneaker pijn kan.

En mijn armen?! Daar dacht ze al helemaal niet over na.

Ze reed gewoon rondjes.
Op de rand van de keukentafel.
Ze wist ook niet waar naartoe.
Maar ze reed tenminste wel cabrio.
Zonder véél te dure, véél te kleine popcorn.

Misschien was Barbieland niet perfect.
Het was gewoon overzichtelijk.