Drie straten en een treinstation

Een bezoek aan mijn kapster levert zelden alleen minder grijze haren op. Ook fantasieboeken, vreemde uitdrukkingen en dode tafelgasten gaan mee naar huis.

Mijn kapster is de beste.
Echt.

Anders zou ik er geen twintig kapsalons voor voorbijrijden. Zelfs niet wanneer gemeente Westerlo beslist dat net vandaag de straten gewit moeten worden.

En zelfs niet wanneer ik drie keer voor de trein sta in Booischot.

Booischot.
Drie straten.
En een treinstation drukker dan Brussel.

Dan nog draai ik niet terug.

Als je mijn kapster kende, zou jij ook niet terugdraaien.

Ik kom er meestal buiten met minder grijze haren. En met meer dingen op mijn telefoon.

Mijn kapster heeft ondertussen een eigen map.

Dingen van de kapster.

Daar staan onder andere:

Fantasieboeken die de kapster aanbeveelt.
Playlists die bij de kapster opstaan.
Schoonheidsproducten en behandelingen die de kapster al dan niet adviseert.
Films en series die ik moet (her)bekijken.

En ook:

Dingen die ik eens moet opzoeken.

Zoals:

Jaar van het Vuurpaard!!!

En een uitdrukking die ik daar ooit hoorde:

six seven.

Wacht.
Ik ga even googelen.
Zo terug.

…

Nee.
Nog geen idee wat het betekent.

Ondertussen las ik al eens een fantasyboek.

Het ganse boek.

Tot één pagina over de helft.

Dat telt als een volledig boek.

Mijn kapster is er zo eentje die opeens, uit het niets, vraagt:

“Met welke vier beroemde gasten zou jij graag op restaurant gaan?”

Ik kon geen enkele naam bedenken.

Na even denken zei ik:

“De mijne zijn allemaal dood.”

Dat was helemaal oké volgens haar.

Want de doden zijn meestal de goei.

Sindsdien denk ik af en toe na over mijn tafel.

Ik dineer ondertussen wekelijks met vier beroemde gasten.

In mijn hoofd.

Ze heeft die vraag nooit meer gesteld.